In de blog vertelde ik dat ik vorig jaar zelf zaden van een gele tomaat heb verzameld en dat ik die dit jaar probeer te zaaien. Ik heb verteld dat je dat met heel veel zaden kunt doen, maar niet met hybride of F1-zaden. Het kan wel, maar je weet niet precies wat eruit gaat komen. Het wordt een technisch verhaal en je hoeft het allemaal niet te weten of te begrijpen om een goede moestuinierder te zijn. Je kunt het gewoon als feit aannemen. Maar als je nu precies wilt weten wáárom het wordt afgeraden om hybride of F1-zaden te bewaren voor een nieuw zaaiseizoen, dan zou ik zeker verder lezen.

Zijn hybride zaden slecht? En wat is het verschil met F1 zaden?

Als allereerste wil ik duidelijk maken dat hybride zaden absoluut niet slecht zijn. Ze zijn juist ontwikkeld en worden verkocht omdat ze het beste van twee werelden hebben. Bijvoorbeeld lekker grote vruchten en beter bestand zijn tegen bepaalde plantenziekten. Ze zijn namelijk het resultaat van een kruising van twee ouderplanten met deze eigenschappen. De ene ouderplant gaf grote vruchten, maar was gevoelig voor een bepaalde plantenziekte. De andere ouderplant was juist heel erg bestand tegen deze plantenziekte, maar gaf kleine vruchten. Door te kruisen heeft de kweker het beste van twee werelden in één variëteit weten te brengen. Deze wordt dan verkocht. De eerste generatie uit zo’n kruising noem je F1. Een F1 is dus hetzelfde als hybride; vaak wordt het zelfs als F1-hybride geschreven. De kweker kan dit bijvoorbeeld ook doen voor smaak en kleur.

Ouder A geeft heerlijke en grote vruchten, maar is gevoelig voor ziekten (bruin blad). Ouder B is ongevoelig voor deze ziekte, maar geeft geen lekkere vruchten en deze zijn bovendien klein. Na kruising krijg je een hybride plant met positieve eigenschappen van beide ouders: heerlijke grote vruchten en ongevoelig voor deze ziekten.

Hoe ontstaan F1-hybrides? En wat is de winst?

Nu duiken we de genetica in. Om dit goed te begrijpen moet je weten dat eigenschappen van beide ouders worden doorgegeven. Jij hebt ook eigenschappen die je van je vader en van je moeder hebt geërfd. Je vader heeft bijvoorbeeld krullend haar en je moeder steil haar. Jijzelf hebt krullend haar. Het is niet zo dat je dan alleen de genen hebt geërfd van je vader. Je hebt namelijk ook van je moeder het steile haar geërfd, alleen komt dat niet tot uiting. Sommige eigenschappen zijn nu eenmaal vaak sterker dan andere eigenschappen. Krullend haar is een sterkere eigenschap dan steil haar. Soms zijn beide eigenschappen even sterk en dan krijg je iets wat ertussenin ligt. Zo werkt het ook bij planten. Planten hebben van twee ouderplanten eigenschappen geërfd. Het kan zijn dat een eigenschap sterker is dan de ander en soms ook dat beide eigenschappen even sterk zijn. Bloemkleur is zo’n voorbeeld. Sommige bloemen kunnen zowel rood als wit zijn. Krijgt de plant van de ene ouder via stuifmeelkorrels de rode eigenschap en van de andere ouder via eicellen de witte eigenschap, dan zal deze roze bloemen hebben (zoals je zelf ook roze kunt mengen door rode verf met witte verf te mengen).

Om het beter te begrijpen moet je weten dat de bloem van een plant mannelijke en vrouwelijke delen heeft. Bij tomaten is het zo dat aan één bloem zowel mannelijke als vrouwelijk delen zitten. De tomatenplant kan zichzelf dus bevruchten.

Hierboven zie je een bloem van een tomatenplant. Het groene gedeelte in het midden (bolletje met spikkels en een stengeltje eraan) is het vrouwelijke deel van de bloem. In de spikkels zitten de eicellen. Het gele gedeelte wat het omsluit is het mannelijke deel van de bloem. Aan de top van deze gele delen zitten de stuifmeelkorrels (mannelijke geslachtscellen). Een zaadje heeft de helft van zijn eigenschappen gekregen van een eicel en de andere helft van een stuifmeelkorrel. Een mensenbaby heeft immers ook de helft van zijn eigenschappen gekregen van zijn vader en de andere helft van zijn moeder.

Een tomaat kan zichzelf bevruchten. Na een aantal generaties krijg je dan hele zuivere planten, waarbij in de stuifmeelkorrels precies dezelfde combinaties zitten als in de eicellen. Een kweker kan bij bloemen ofwel de mannelijke gedeeltes ofwel de vrouwelijke gedeeltes weghalen. Dan heeft hij complete controle over wat hij kruist.
Stel, een plant heeft de eigenschap voor grote, heerlijke tomaten, maar helaas ook de eigenschap om gevoelig te zijn voor ziektes (zoals ouder A in het bovenste voorbeeld). Deze plant heeft deze eigenschappen van zowel de mannelijke als de vrouwelijke delen gekregen. Beide eigenschappen heeft de plant dus dubbel in zijn genen geregistreerd staan, omdat de plant heel erg zuiver is.
Voor dit voorbeeld houden we het simpel en gebruiken we symbolen in de vorm van afbeeldingen. Voor ouder A betekent dat grote, heerlijke tomaten en verdorde bladeren. Zie de afbeelding hieronder. De helft komt van de stuifmeelkorrel (rechtsboven) en de andere helft van de eicel (linksboven). De stuifmeelkorrel heeft een blauwe cirkel en de eicel een roze cirkel gekregen. Onder de stuifmeelkorrel en eicel is te zien wat het zaadje aan eigenschappen heeft gekregen. Omdat in zowel de stuifmeelkorrel als in de eicel precies dezelfde eigenschappen zitten, heeft het nageslacht (het zaadje) beide eigenschappen. Vandaar dat dit twee keer is getekend.

Dit nageslacht heeft precies dezelfde eigenschappen als zijn ouders en ziet er dus precies hetzelfde uit. Er is geen variatie in de eigenschappen. Datzelfde kunnen we ook doen met de plant met kleine, minder smakelijke tomaten, maar die wel weerstand heeft tegen ziektes. Ouder B:

Het nageslacht, het zaadje, heeft nu beide eigenschappen dubbel, want het heeft van beide ouders precies hetzelfde geërfd.

Nu gaat de kweker kruisen. De kweker probeert een F1-hybride te krijgen die én lekkere grote vruchten heeft, maar ook goed bestand is tegen ziektes.

De kweker neemt ouder A en kruist dat met ouder B. Het nageslacht is een hybride. Nu kan er iets bijzonders gebeuren. Het kan zijn dat de eigenschappen die de kweker graag wil hebben zichtbaar in de plant te zien zijn (namelijk een plant die heerlijke grote vruchten geeft, maar ook goed bestand is tegen ziektes). Het kan ook net verkeerd uitpakken als blijkt dat de plant niet bestand is tegen ziektes en geen heerlijke grote vruchten geeft. Dat moet de kweker dus eerst testen: is het het resultaat dat hij verwacht? Zo ja, dan kan hij deze zaden verkopen als F1-hybride. Hybride betekent dat het een kruising is en F1 betekent dat het de eerste generatie is.

Waarom kun je dan niet de zaden die jij hebt verzameld van de F1-hybride gebruiken?

Wanneer een plant bloemen aanmaakt, dan splitst elke eigenschap zich weer in enkele eigenschappen (dus niet dubbel). De stuifmeelkorrels zijn mannelijke geslachtscellen van de plant. Hieronder alle mogelijke combinaties die je kunt maken met een F1-hybride zoals hierboven.

Nu hebben planten ook eicellen. Ook bij de vrouwelijke delen worden alle eigenschappen opgesplitst en opnieuw verdeeld. De combinaties zijn precies hetzelfde als hierboven.

Een zaad heeft de eigenschappen van zowel de stuifmeelkorrel als de planteneicel gekregen. De eerste stuifmeelkorrel kan gecombineerd worden met vier verschillende combinaties van eigenschappen die in de eicellen zitten. De tweede stuifmeelkorrel ook. Net zoals de derde en vierde stuifmeelkorrel. Je moet dus maar net precies de juiste combinatie krijgen in je zaad om minimaal dezelfde gunstige eigenschappen te krijgen.

Kort antwoord: je gaat zelf weer een nieuwe kruising maken en de kans dat daar precies de juiste combinatie uit komt, is heel erg klein.

En soms kun je de eigenschappen niet eens van elkaar scheiden, omdat de twee eigenschappen die je wilt hebben op precies hetzelfde strengetje DNA zitten en dan kun je ze niet los van elkaar zien. Dan kun je niet anders dan altijd een hybride hebben om precies de juiste combinatie te krijgen.

Kan je dan nooit zaden van een F1-hybride verzamelen en uitzaaien?

Jawel hoor, dat kan zeker. Er komt sowieso een plantje uit en hoe die eruitziet, dat is dan een grote verrassing. Sommige mensen vinden dat juist heel erg leuk. Op deze manier kun je bijvoorbeeld ook zaden verzamelen van vruchten die uit de supermarkt vandaan komen. Supermarktgroenten zijn vaak F1-hybrides. Van een tomaat kun je dan de zaden bewaren. Hoe je dat precies doet, zal ik een andere keer uitleggen.

Als je elk jaar precies dezelfde tomaten wilt kweken en oogsten van eigen zaad, dan kun je beter geen hybride zaad nemen. Bij tomaten zijn er gelukkig heel erg veel variëteiten die geen F1-hybrides zijn. Als je het nu juist leuk vindt om elk jaar nieuwe zaden te proberen, dan kun je prima F1-zaden kopen. Juist heel goed! Zoals ik bovenaan al gezegd heb: F1-hybrides hebben de beste eigenschappen van twee ouders. Als dan het zakje leeg is met je hybride zaden, dan kun je ook weer eens iets nieuws proberen.

Tomatenzaden zijn erg makkelijk om te kweken vanaf zaad. De slagingskans is heel groot en het proces is helemaal niet moeilijk. Veel makkelijker zelfs dan paprika’s en je hebt ook niet zoveel nodig. Hoe je dat moet doen, neem ik je volgende week in mee in Zaaimaand februari. Tot volgende week!

Blog
Uitpluizen
Zaaimaand
Nieuwsbrief
Uitpluizen: Wanneer kun je zaden zelf bewaren?
Getagd op: